Onderwijs- en examenreglement

I. Onderwijs- en examenreglement

II. Learning outcomes Master Programs

III. The diploma file

Dit onderwijs- en examenreglement is van toepassing op alle studenten die zijn ingeschreven voor de masteropleidingen van Antwerp Management School. De Academic Director van elke opleiding mag, in overleg met de Associate Dean, aanvullende reglementen ter beschikking stellen op het niveau van een individuele opleiding.

Dit onderwijsreglement is geldig voor alle masteropleidingen die aangeboden worden in het academiejaar 2018-19.

DEEL I – ONDERWIJSREGLEMENT

Artikel 1 – Indeling van het academiejaar

De nieuwe academische kalender wordt elk jaar vóór het einde van het lopend academiejaar door het managementcomité vastgelegd en voor het begin van het nieuwe academiejaar bekendgemaakt.

Artikel 2 – Opleidingen en onderwijsorganisatie

  1. Het managementcomité legt jaarlijks vóór 1 mei van het voorafgaande academiejaar de lijst van aangeboden opleidingen en afstudeerrichtingen vast, alsook de verschuldigde studiegelden voor elke opleiding.
  2. De programmaleiding beschrijft voor elke opleiding de toelatingsvoorwaarden en –procedure, de inhoud en de doelstellingen van de opleiding, de begin- en eindcompetenties, en de opleidingsonderdelen.
  3. De beschrijving van de opleidingsonderdelen wordt voor de aanvang van het academiejaar definitief bekend gemaakt.
  4. De onderwijstaal wordt gespecifieerd per opleiding. De taal van het examen is de onderwijstaal van het opleidingsonderdeel. De masterproef wordt in de onderwijstaal van de opleiding opgesteld. Hiervan mag afgeweken worden indien een substantieel deel van de werkzaamheden en voorbereiding voor de masterproef in een andere taal werd uitgevoerd.
  5. De Academisch Directeur beslist over de toekenning van vrijstellingen op basis van bewijzen van bekwaamheid (EVC’s), creditbewijzen of eerder verworven kwalificaties (EVK’s).

Artikel 3 – Inschrijvingen

  1. Deelnemers zijn ingeschreven voor een opleiding, en/of individuele opleidingsonderdelen.
  2. Deelnemers sluiten door hun inschrijving met Antwerp Management School een toetredingsovereenkomst af waarin de keuze voor een diploma-, examen- en/of creditcontract wordt vastgelegd. Het studieprogramma van het academiejaar maakt deel uit van de toetredingsovereenkomst, alsook de studiegelden en de wijze van betaling.
  3. Een inschrijving voor een full-time masteropleiding geldt voor één academiejaar, een inschrijving voor een executive masteropleiding geldt voor twee jaar.
  4. Indien een deelnemer er niet in slaagt zijn/haar opleiding te voltooien binnen de normale tijdsduur, kan hij/zij éénmaal een nieuwe inschrijving krijgen, mits instemming van de programmaleiding, en na formele toestemming van de examencommissie. De duurtijd van de nieuwe inschrijving is dezelfde als die van de oorspronkelijke inschrijving. Maatregelen ter bewaking van de studievoortgang kunnen steeds worden opgelegd.
  5. Slechts in uitzonderlijke omstandigheden, en na voorlegging door de deelnemer van een gemotiveerd dossier aan de examencommissie, kan een deelnemer daarna nogmaals een inschrijving verkrijgen voor dezelfde opleiding

Artikel 4 – Klachten

  1. Bij klachten betreffende het onderwijs is in eerste instantie de Academisch Directeur en in tweede instantie de Associate Dean of Education of diens vertegenwoordiger het aanspreekpunt. De ombudspersoon kan zo nodig als bemiddelaar optreden.

DEEL II – EXAMENREGLEMENT

Artikel 5 – Examenvormen en –organisatie

  1. De programmaleiding stelt bij aanvang van het academiejaar de examenvormen van haar opleidingsonderdelen vast, met inbegrip van permanente evaluatie.
  2. Bij de aanvang van het opleidingsonderdeel deelt de lesgever aan de deelnemers mee wanneer en op welke wijze zij geëvalueerd worden en op welke wijze het examenresultaat bepaald wordt.
  3. Deelnemers krijgen in de loop van eenzelfde academiejaar maximaal twee kansen voor elk examen of examenonderdeel van een opleidingsonderdeel. Tussen de eerste en de tweede examenkans moet een redelijke voorbereidingstijd liggen van minstens drie weken. In onderling overleg en met goedkeuring van alle partijen mag deze termijn aangepast worden.
  4. Van een opleidingsonderdeel waarvan het examen uit twee of meer examenonderdelen bestaat, deelt de lesgever bij de aanvang van het opleidingsonderdeel aan de deelnemers Blz. 3 op 7 mee of, en in voorkomend geval onder welke voorwaarden, zij de resultaten voor bepaalde examenonderdelen kunnen behouden voor de tweede examenkans indien zij niet zouden slagen voor het volledige opleidingsonderdeel.
  5. De programmaleiding maakt bij de start van het academiejaar bekend welke opleidingsonderdelen door hun specifieke aard geen mogelijkheid bieden voor een tweede examenkans tijdens hetzelfde academiejaar. In het geval dat een deelnemer deze tweede examenkans voor een opleidingsonderdeel wil opnemen, moet hij/zij zich voor dat onderdeel opnieuw inschrijven in een volgend academiejaar.
  6. Een deelnemer die voor een opleidingsonderdeel een creditbewijs behaalt na de eerste examenkans, krijgt voor dat opleidingsonderdeel geen tweede examenkans.
  7. Een deelnemer heeft na de bekendmaking van de examenresultaten het recht op inzage van de eigen schriftelijke examens en op een bespreking van het examen met de docent.
  8. Indien een deelnemer wegens overmacht verhinderd is aan één of meer examens deel te nemen, moet hij/zij dit voor het examen melden aan de programmaleiding en achteraf deze overmacht met bewijsstukken staven. De programmaleiding gaat na of de deelnemer op een andere datum nog examen kan afleggen.
  9. Een deelnemer die niet deelneemt aan de eerste examenkans, behalve in het geval onder punt 5.8 hierboven, wordt voor dat opleidingsonderdeel verwezen naar de tweede examenkans.
  10. Een deelnemer wordt door zijn inschrijving automatisch voor de eerste examenkans geregistreerd. Indien een deelnemer niet slaagt voor de eerste examenkans is hij/zij automatisch geregistreerd voor de tweede examenkans, behalve indien deze niet tijdens hetzelfde academiejaar plaatsvindt.
  11. Deelnemers met een bijzonder statuut (o.a. topsporter, kunstenaar, ondernemer) of met een functionele of leerbeperking, kunnen afwijkingen in examenvormen en -organisatie verkrijgen, voor zover de onderwijsorganisatie dit toelaat. Zij dienen hiertoe een aanvraag in bij het begin van het academiejaar, welke individueel zullen beoordeeld worden door de programmaleiding.

Artikel 6 – Ombudsdienst

  1. De ombudsdienst wordt verzorgd door de ombudspersoon. De ombudspersoon treedt op als contactpersoon en bemiddelaar voor onderwijs- en examenproblemen. In het bijzonder is zij/hij de aangewezen bemiddelaar tussen de docenten en de deelnemers. Op gemotiveerde vraag van een docent of een deelnemer woont de ombudspersoon, of een door de voorzitter van de examencommissie aangewezen lid van de examencommissie, het examen bij.
  2. De ombudspersoon wordt voor ten minste één academiejaar aangewezen door het managementcomité. De ombudspersoon treedt niet op als bemiddelaar bij geschillen omtrent opleidingsonderdelen waarbij zij/hij betrokken is.
  3. Teneinde zijn/haar taak naar behoren te kunnen vervullen, heeft de ombudspersoon, ook vóór de bijeenkomst van de examencommissie, recht op inlichtingen betreffende elk examen van de opleiding waarvoor zij/hij optreedt. Zij/hij is evenwel tot geheimhouding verplicht.
  4. Nadat alle tweede examenkansen van het academiejaar zijn afgewerkt, maakt de ombudspersoon een verslag op van de eventuele moeilijkheden die gerezen zijn en bezorgt dit verslag aan het Decanaat.

Artikel 7 – Examencommissies

  1. Het managementcomité stelt bij aanvang van het academiejaar twee examencommissies samen, één voor de fulltime masteropleidingen en één voor de executive masteropleidingen.
  2. Beide examencommissies worden voorgezeten door de Associate Dean of Education. De Director Quality & Processes is de secretaris. Zij zijn niet stemgerechtigd.
  3. Iedere opleiding of afstudeerrichting is vertegenwoordigd door één stemgerechtigd lid, namelijk de Academisch Directeur of zijn/haar plaatsvervanger.
  4. Niet-stemgerechtigde waarnemers mogen uitgenodigd worden om de vergaderingen van de examencommissie bij te wonen.
  5. De leden van de examencommissie zijn verplicht de deliberatievergaderingen bij te wonen. Indien zij verhinderd zijn, verwittigen zij de voorzitter van de examencommissie en kan een plaatsvervanger worden aangeduid.
  6. Aan het einde van de masteropleiding verklaart de examencommissie of de deelnemer al dan niet geslaagd is voor het geheel van die opleiding en bepaalt ze de graad van verdienste waarmee het diploma wordt toegekend.
  7. De deliberaties van de examencommissies zijn geheim. Vergaderingen kunnen zowel fysiek als elektronisch worden georganiseerd.
  8. Wanneer geen consensus wordt bereikt over het slagen of over de graad van verdienste van een deelnemer, beslist de examencommissie bij meerderheid van stemmen van de aanwezige leden, met blanco’s, onthoudingen en ongeldige stemmen niet inbegrepen. De stemming is schriftelijk en geheim. Bij staking van stemmen wordt in het voordeel van de deelnemer beslist.
  9. Alle beslissingen van de examencommissie worden afdoende gemotiveerd en genoteerd in een deliberatieverslag. Dit verslag, inclusief de lijst van de aanwezigen, afwezigen en verontschuldigde leden, wordt aan de decaan bezorgd.

Artikel 8 – Examenresultaten en creditbewijzen

  1. De examenresultaten worden per opleidingsonderdeel vastgelegd in gehele getallen tot een maximum van 20. Om het resultaat te berekenen, zijn de gebruikelijke afrondingsregels van toepassing (x,01 tot x,49 worden x, en x,50 tot x,99 worden x+1).
  2. Resultaten behaald ten gevolge van een tweede examenkans worden gecorrigeerd met een aftrek van 2 punten. Een resultaat van 10 punten of meer mag echter nooit gecorrigeerd worden naar minder dan 10.
  3. De wijze en de datum van bekendmaking van de resultaten worden bij het begin van het academiejaar aan de deelnemers meegedeeld.
  4. Eenmaal meegedeeld worden de resultaten als definitief beschouwd, tenzij er aantoonbare vergissingen worden vastgesteld. De programmaleiding beoordeelt de vergissing en voert onmiddellijk de nodige correcties uit indien de vergissing ontvankelijk wordt verklaard.
  5. Wie slaagt voor een bepaald opleidingsonderdeel verdient een creditbewijs voor het desbetreffende opleidingsonderdeel. Het creditbewijs blijft onbeperkt geldig binnen de opleiding waar dit werd behaald. De school kan een actualiseringsprogramma opleggen wanneer ten minste een termijn van drie kalenderjaren verstreken is sinds het behalen van het creditbewijs. Die termijn wordt berekend vanaf de eerste dag van het academiejaar dat volgt op het academiejaar waarin het creditbewijs werd behaald.

Artikel 9 – Deliberaties en graadbepaling

  1. Een deelnemer kan voor het geheel van de opleiding slechts geslaagd worden verklaard als hij/zij alle examens heeft afgelegd die horen bij dat geheel, vrijstellingen niet meegerekend.
  2. Het eindtotaal van een deelnemer is een gewogen gemiddelde van de examenresultaten die de deelnemer behaalde op de opleidingsonderdelen van zijn/haar opleiding. Voor het berekenen van het eindtotaal worden de studiepunten van de corresponderende opleidingsonderdelen gebruikt als gewichten van de examenresultaten. Het eindtotaal wordt uitgedrukt in gehele punten op 100. Indien een deelnemer voor hetzelfde opleidingsonderdeel meer dan één examenresultaat heeft behaald, wordt het beste examenresultaat meegeteld voor de berekening van het eindtotaal.
  3. Een deelnemer die een eindtotaal van minder dan 50 op 100 heeft behaald, kan nooit geslaagd worden verklaard voor zijn/haar studieprogramma.
  4. Een deelnemer is geslaagd voor het geheel van zijn/haar opleiding als hij/zij voor alle vereiste opleidingsonderdelen, vrijstellingen niet meegerekend, een creditbewijs heeft behaald.
  5. De examencommissie kan een deelnemer die niet voor alle opleidingsonderdelen een creditbewijs heeft behaald, toch geslaagd verklaren indien zij gemotiveerd van oordeel is dat de deelnemer de doelstellingen van de opleiding globaal toch verwezenlijkt heeft en indien aan tenminste één van de volgende voorwaarden is voldaan:
    • de gezamenlijke studieomvang, uitgedrukt in studiepunten, van de opleidingsonderdelen waarvoor de deelnemer geen creditbewijs heeft behaald, vrijstellingen niet meegerekend, is ten hoogste 10 procent van de studieomvang van de opleiding;
    • de deelnemer heeft een tekort op slechts één opleidingsonderdeel, de masterproef niet meegerekend.
  6. De examencommissie kent slechts een graad van verdienste toe indien een deelnemer geslaagd is voor de opleiding.
    1. voldoende wijze: eindtotaal van 50 tot 67 behaalde punten op 100;De examencommissie van de opleiding kent de graad van verdienste toe aan het diploma op basis van de totaalscore van een deelnemer. De volgende graden van verdienste worden toegekend:
    2. onderscheiding: eindtotaal van 68 tot 77 behaalde punten op 100; Blz. 6 op 7
    3. grote onderscheiding: eindtotaal van 78 tot 84 behaalde punten op 100; − grootste onderscheiding: eindtotaal vanaf 85 behaalde punten op 100.

    8. De examencommissie kan slechts bij hoge uitzondering, na uitvoerige motivatie, en met eenparigheid van stemmen, blanco’s, onthoudingen en ongeldige stemmen niet meegerekend, afwijken van de bepalingen in punt 7. 9. Wanneer een deliberatie werd toegekend, kan de examencommissie op een gemotiveerde wijze de behaalde graad van de betrokken student met maximaal één graad verlagen.

Artikel 10 – Fraude

  1. Als fraude wordt beschouwd het bedrog bij het afleggen van examens alsook andere onregelmatigheden die van aard kunnen zijn de uitslag van het examen te beïnvloeden. Ook het bezit binnen de examenruimte van middelen waarmee fraude kan worden gepleegd, wordt als fraude beschouwd, zelfs als dit slechts achteraf mocht worden vastgesteld.
  2. Het managementcomité stelt bij aanvang van het academiejaar een fraudecommissie samen uit de leden van het academisch personeel. Zij verkiezen zelf een voorzitter. Bij een fraudegeval worden eventuele leden van de fraudecommissie die les geven in de betrokken opleiding vervangen.
  3. Wie fraude vaststelt moet onmiddellijk de voorzitter van de fraudecommissie en de ombudspersoon hierover informeren.
  4. Beslissingen op het gebied van fraude
    • 4.1. De fraudecommissie onderzoekt de feiten en oordeelt of het om fraude gaat. De commissie deelt binnen een termijn van vijf werkdagen na de melding van de feiten haar beslissing mee.
    • 4.2. In het geval dat de fraudecommissie beslist heeft dat het om fraude gaat, legt zij één van de volgende sancties op binnen 15 kalenderdagen na de initiële beslissing:
      • de deelnemer krijgt een score van 0/20 voor het betrokken examenonderdeel;
      • de deelnemer krijgt een score van 0/20 voor het betrokken opleidingsonderdeel;
      • de deelnemer ontvangt geen creditbewijzen voor alle eerste examenkansen en wordt automatisch doorverwezen naar de tweede examenkansen;
      • de registratie van de deelnemer voor het lopende academiejaar wordt geschrapt.
    • 4.3. In afwachting van de beslissing van de fraudecommissie, mag de deelnemer zijn/haar verdere examens, inclusief het examen waar de onregelmatigheid werd vastgesteld, afwerken.
  5. Rechten van de deelnemer.
    • 5.1. De deelnemer heeft het recht door de fraudecommissie te worden gehoord en zich daarvoor te laten bijstaan door een persoon van zijn/haar keuze.
    • 5.2. Een deelnemer die de beslissing van de fraudecommissie betwist, mag een schriftelijk beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie. Dit beroep wordt ingesteld binnen een vervaltermijn van 5 kalenderdagen die ingaat de dag na die waarop de deelnemer kennis heeft genomen van de beslissing. Het beroep, indien door de voorzitter van de beroepscommissie ontvankelijk verklaard, wordt in principe door de beroepscommissie in bijzondere zitting besproken.
      • 5.2.1. Indien de beroepscommissie het beroep afwijst, herbevestigt zij meteen de eerder bepaalde sanctie.
      • 5.2.2. Indien de beroepscommissie het beroep aanvaardt, mag zij de volgende beslissingen nemen:
        Er is geen fraude gepleegd. De deelnemer wordt niet gesanctioneerd.
        Er is fraude gepleegd, doch de sanctie opgelegd door de fraudecommissie is niet gepast.
        De beroepscommissie legt een andere sanctie op uit de limitatieve lijst in artikel 10.4.2.
        Er is fraude gepleegd en de sanctie opgelegd door de fraudecommissie is gepast.

Artikel 11 – Intern beroep

  1. Het instellingsbestuur stelt bij aanvang van het academiejaar een beroepscommissie samen uit de leden van het academisch personeel, met de Academic Dean als voorzitter. Bij een klacht waarbij eventuele leden van de beroepscommissie betrokken zijn, worden deze leden vervangen.
  2. Een deelnemer die een klacht heeft over de toekenning van vrijstellingen, het verloop van een examen of die een examenresultaat betwist, mag beroep doen op bemiddeling door de programmaleiding en/of de ombudspersoon. Indien deze bemiddeling niet het gewenste resultaat kent, kan de deelnemer beroep indienen bij de voorzitter van de beroepscommissie. Dit beroep moet ingediend worden binnen 5 kalenderdagen na de beslissing over de toekenning van de vrijstelling, de organisatie van het examen, of 5 kalenderdagen na de bekendmaking van de examenresultaten. Die laatste termijn kan verlengd worden indien er een bemiddelingspoging tussen lesgever en deelnemer gepland wordt.
  3. Indien een deelnemer een beslissing van de examencommissie betwist, kan hij/zij, met eventuele hulp van de ombudspersoon, een schriftelijk verzoek tot heroverweging van de beslissing instellen bij de voorzitter van de beroepscommissie. Dit verzoek wordt ingesteld binnen een vervaltermijn van vijf kalenderdagen die ingaan op de dag na de bekendmaking van de beslissingen van de examencommissie.
  4. Alle intern aangetekende beroepen leiden op gemotiveerde wijze tot een bevestiging van de oorspronkelijke beslissing of tot een herziening van deze beslissing.
  5. De deelnemer die een beroep indiende zal een beslissing van de beroepscommissie ontvangen binnen 15 kalenderdagen nadat het beroep werd ingediend.