Antwerp Management School onderzoekt de menselijke kant van mobiliteit

18 oktober 2018

Hoe overbruggen werknemers de afstand tussen thuis en werk en hoe ervaren ze dit?

Bij de voorbije verkiezingen stond mobiliteit in de top 3 van zowat alle partijprogramma’s. We staan dan ook met zijn allen steeds langer in de file, de luchtkwaliteit moet dringend beter , …

Het expertisecentrum Next Generation Work van Antwerp Management School zoomde samen met VBO en Jobat in op woon-werkverkeer. Ze onderzochten hoe werknemers de afstand tussen thuis en werk overbruggen en vooral hoe zij dit ervaren. En neen, niet voor iedereen betekent de rit naar het werk pure stress. Op het HR-Gala van 18 oktober 2018 werden de bij momenten verrassende resultaten van deze unieke studie voorgesteld. 

Tijdens de eerste week van oktober 2018 namen 1.170 werknemers aan een onlinestudie deel. Daarbij werd gepeild naar de objectieve mobiliteit: hoe groot is de afstand tussen thuis en werk, welk vervoersmiddel wordt gebruikt, hoe lang duurt de verplaatsing, legt men de afstand alleen af,… Daarnaast werd nagegaan hoe werknemers die overbrugging tussen thuis en werk ervaren: is dit een moment van stress of van ‘even loslaten’, is het een kans op me-time of om te socializen? Welke factoren spelen mee in die beleving, en vooral: hoe kunnen werkgevers daarop inspelen?

Uit de studie komen naast voor de hand liggende vaststellingen, ook opmerkelijke zaken naar boven:

  • De objectieve mobiliteit verschilt sterk: de dagelijks af te leggen afstand, de reistijd, verplaatsingsmiddelen en de filegevoeligheid van het traject. De subjectieve mobiliteit is al even divers: zowat een derde van de werknemers ervaart de verplaatsing als een moment van ontspanning, voor ongeveer evenveel werknemers zorgt de verplaatsing net voor stress.
  • Niet verwonderlijk hangen objectieve en subjectieve mobiliteit samen: wie bijvoorbeeld meer last heeft van files, ervaart meer stress. Ook factoren in de werkcontext beïnvloeden de beleving van mobiliteit.
  • Woon-werk verkeer heeft een onmiskenbare impact op het engagement voor de job, risico op burn-out, work-life balance,… Bovendien blijkt de reistijd ook een doorslaggevende factor bij de keuze van een job.
  • Tijds- en plaatsonafhankelijk werken kan een oplossing zijn, maar toch maakt slechts een minderheid (ca. 35%) gebruik van bijvoorbeeld de mogelijkheid om thuis te werken. Ook van co-working spaces dichterbij wordt slechts uitzonderlijk gebruikgemaakt.
  • Twee op drie ervaart niet dat mobiliteit een thema is waarrond het (HR-) management actief werkt. Zelf durven minder dan de helft van de respondenten het thema aankaarten. Het aangaan van dialoog kan nochtans al een deel van de negatieve beleving wegnemen.
  • Wie werkt in een cultuur van flexibiliteit, ervaart meer autonomie om te beslissen over waar en wanneer men werkt. En deze autonomie hangt positief samen met het ervaren van de reis naar en van het werk als een moment van ontspanning.

 

Woon-werkverplaatsingen hebben dus wel degelijk een impact op werkprestaties en job-engagement. Maar de boodschap van Prof. Dr. Ans De Vos naar de HR-professionals is alvast positief: “Bedrijven kunnen vaak via eenvoudige maatregelen al een verschil maken in de mobiliteitsbeleving van hun werknemers. De files verdwijnen daarom niet, maar de negatieve invloed van mobiliteit op productiviteit en engagement kan wél worden gecounterd.”

Daarnaast heeft de overheid uiteraard een belangrijke rol te spelen op het vlak van objectieve mobiliteit, zoals Pieter Timmermans, CEO van VBO, aangeeft: “Uit de bevraging blijkt dat een derde van de respondenten stress ervaart om op tijd op het werk te geraken. De reden hoeven we niet ver te zoeken: de fileproblematiek in België is zo sterk dat die een negatieve economische impact van maar liefst 8 miljard euro per jaar heeft. Vertrouwen op het openbaar vervoer als alternatief is niet evident. Daarnaast moet men meer investeren in faciliteiten zoals wifi, zodat de ‘tussentijd’ beter kan worden benut. Het VBO pleit dan ook voor een coherente, interfederale mobiliteitsvisie die rekening houdt met alle facetten. Op korte termijn wordt het mobiliteitsbudget best snel door het Parlement goedgekeurd. Zo krijgen werknemers de nodige flexibiliteit om hun woon-werkverkeer te organiseren.”