Regionale innovatie is geen geïsoleerde prestatie. Ze ontstaat waar actoren elkaar vinden, verantwoordelijkheid delen en bereid zijn om over institutionele grenzen heen te denken. Universiteiten spelen daarin een sleutelrol, niet als solospelers, maar als knooppunten in bredere innovatie-ecosystemen waarin kennis, beleid en praktijk samenkomen.
Onderzoek naar de rol van UHasselt in regionale economische ontwikkeling maakt duidelijk dat die rol niet vastligt, maar mee wordt gevormd door context en strategische keuzes. Cruciaal daarbij is het meso-niveau: het strategische niveau waar beleidsambities, institutionele structuren en concrete samenwerkingen elkaar ontmoeten. Net daar wordt zichtbaar hoe samenwerking kan versterken of net kan vastlopen.
Het triple helix-model: samenwerking in bewegingHet triple helix-model vertrekt in de casus van de academische paper van samenwerking tussen:
Het onderzoek toont dat de effectiviteit van dit model niet zit in de aanwezigheid van deze actoren op zich, maar in hoe zij samenwerken. Afstemming, governance en relationele kwaliteit bepalen of het model uitgroeit tot een performante innovatie-architectuur of blijft steken in losse initiatieven |
Governance is in dat verhaal geen achtergrondfactor, maar een actieve hefboom. Strategische economische ontwikkelingsplanning, afstemming tussen beleidsniveaus en coördinatie binnen samenwerkingsmodellen bepalen mee welke ruimte ontstaat voor innovatie. Universiteiten zijn daarbij ingebed in een netwerk van publieke en private actoren die samen publieke waarde creëren. Niet de aanwezigheid van partners op zich, maar de manier waarop samenwerking wordt georganiseerd, maakt het verschil.
“Institutioneel ondernemerschap vormt een cruciale schakel om universitaire sterktes te verbinden met regionale innovatieprocessen.”
Ook binnen instellingen zelf liggen belangrijke hefbomen. Een duidelijke missie en visie die academische excellentie verbindt met regionale relevantie geeft richting aan engagement. Transversale structuren maken het mogelijk om expertise te verbinden over disciplines en diensten heen. Opvallend is daarnaast de rol van institutioneel ondernemerschap: mensen die eigenaarschap opnemen, initiatief tonen en actief bruggen slaan tussen de universiteit en haar omgeving. Zij vertalen strategie naar praktijk en maken samenwerking tastbaar. Tegelijk is dit type engagement niet altijd vanzelfsprekend binnen academische instellingen. Het behoort vaak niet tot de klassieke parameters waarop academische output wordt beoordeeld, maar kan wel van groot strategisch belang zijn om maatschappelijke impact en regionale verankering daadwerkelijk te realiseren.
Een belangrijk inzicht uit het onderzoek is dat de loutere aanwezigheid van verbindingen of interacties tussen actoren niet volstaat. Netwerkanalyses tonen waar contacten bestaan en hoe actoren met elkaar verbonden zijn, maar zeggen weinig over hoe die relaties in de praktijk vorm krijgen. Kwalitatieve inzichten maken duidelijk dat vooral de manier van interageren bepalend is. Samenwerkingen die vooral vertrekken vanuit institutioneel eigenbelang worden minder positief ervaren dan relaties die inzetten op wederzijdse kennisuitwisseling en gedeelde doelstellingen.
Duurzame innovatie vraagt vertrouwen, continuïteit en aandacht voor relationele kwaliteit. Deze bevindingen sluiten aan bij bredere evoluties in netwerk- en systeemdenken. Het triple helix-model, waarin universiteiten, overheden en bedrijven samenwerken, wordt bevestigd, maar tegelijk verdiept. De drie actoren functioneren niet als aparte pijlers, maar als onderling afhankelijke elementen binnen één dynamisch systeem. Interne en externe factoren beïnvloeden elkaar voortdurend en vragen om een geïntegreerde benadering.
Waarom een systeemperspectief essentieel is → Het onderzoek benadrukt het belang van een holistische benadering van regionale innovatie. Interne en externe determinanten mogen niet geïsoleerd worden bekeken, maar moeten begrepen worden als onderling verbonden elementen binnen één systeem. Dit verklaart waarom gelijkaardige beleidsinstrumenten in verschillende regio’s tot uiteenlopende resultaten leiden en waarom context altijd mee richting geeft.
De kracht van deze systeemblik ligt in het handelingsperspectief dat ze biedt. Ze maakt zichtbaar welke determinanten beïnvloedbaar zijn en waar leiderschap het verschil kan maken. Tegelijk vraagt ze om realisme: geen enkele actor realiseert regionale innovatie alleen, en geen enkele maatregel werkt los van het geheel.
“Een triple helix ontstaat niet spontaan. Ze vraagt om doelbewuste orkestratie, strategische planning, afstemming van beleid op verschillende niveaus en institutioneel ondernemerschap binnen de universiteit. Zonder dat blijft regionale innovatie vooral retoriek.”
De boodschap is uitgesproken constructief. Universiteiten beschikken over kennis, legitimiteit en netwerkcapaciteit om een betekenisvolle rol te spelen in regionale ontwikkeling. Wanneer die sterktes bewust worden verbonden met doordachte governance, strategische samenwerking en aandacht voor relationele kwaliteit, ontstaat ruimte voor innovatie die verder reikt dan individuele organisaties. Samenwerken in een ecosysteem is geen project, maar een voortdurende oefening in afstemming, leiderschap en gezamenlijke waardecreatie.
Wil je je verder verdiepen in de academische achtergrond en methodologie, dan kan je hier het academische artikel raadplegen.

Dr. Roeland Buckinx is alumnus van de Executive Master in Public Governance & Leadership en de Executive Master Class Management in de Zorg. Zijn masterthesis binnen de Executive Master, bekroond met een uitzonderlijke score van 20/20, vormde de basis voor het bovenstaande academische artikel. Samen met Bart Cambré werkte hij het onderzoek verder uit tot een publicatie in Triple Helix Journal, een internationaal peer-reviewed tijdschrift rond samenwerking tussen universiteiten, overheid en bedrijfsleven.