Deze week stijgt rook op langs de kust van de Gironde bij Bordeaux, in de Var en in het zuiden van Spanje, waar een van de dodelijkste natuurbranden van de afgelopen twintig jaar inmiddels meer dan een dozijn mensen het leven heeft gekost. Alleen al in Lège-Cap-Ferret zijn tienduizenden mensen geëvacueerd. Daarmee zet zich een zomer voort waarin bosbranden al grote delen van Spanje, Portugal, Griekenland, Turkije en Frankrijk hebben geteisterd, ruim boven het gemiddelde van de afgelopen tien jaar, terwijl het hoogtepunt van het brandseizoen nog moet beginnen.
Het is verleidelijk om elk van deze gebeurtenissen als een afzonderlijke noodsituatie te beschouwen: hier een brand, daar een hittegolf en elders een evacuatie. Maar die manier van kijken doet geen recht aan het grotere geheel. Waar deze zomer ons werkelijk mee confronteert, is niet zozeer de brandbestrijdingscapaciteit van één regio, maar het vermogen van Europa om systemen op elkaar af te stemmen wanneer meerdere crisissen zich tegelijkertijd voordoen.
Een plan is nog geen paraatheid
Binnen het SAFARI-project, waarin we onderzoeken hoe havens weerbaarder kunnen worden tegen extreme weersomstandigheden, hebben we ons de voorbije projectfase beziggehouden met iets dat op het eerste gezicht eenvoudig lijkt: in kaart brengen hoe beslissingen in havensystemen daadwerkelijk worden genomen vóór, tijdens en na een verstoring. Wie beslist waarover? Wie communiceert met wie? En waar vinden de overdrachtsmomenten plaats tussen havenautoriteiten, hulpdiensten, terminaloperatoren en logistieke bedrijven?
Steeds opnieuw zien we hetzelfde patroon terugkeren: de meeste organisaties hebben geen tekort aan data, sensoren, weersvoorspellingen of noodplannen. De echte uitdaging ligt in het verbinden van al die informatie. Verschillende actoren beschikken elk over een deel van de puzzel, maar niemand heeft automatisch zicht op het volledige plaatje. Opvallend genoeg wordt die kloof kleiner tijdens de acute fase van een crisis, wanneer formele commandostructuren het overnemen en rollen duidelijker worden. In de herstelfase, wanneer meerdere organisaties en bestuursniveaus nog steeds betrokken zijn, maar de formele crisisstructuur is afgebouwd, vervagen verantwoordelijkheden opnieuw.
Dat is geen technologisch probleem, maar een bestuurlijke uitdaging. En precies die uitdaging doet zich voor wanneer natuurbranden een weg, spoorlijn of logistieke hub buiten gebruik stellen en de vraag rijst: wie beslist hoe goederen worden omgeleid, en hoe snel gebeurt dat?
Havens zijn geen eilanden, maar wel een waardevolle stresstest
Havens kunnen in dergelijke situaties daadwerkelijk een belangrijke rol spelen door alternatieve transportroutes aan te bieden, tijdelijke opslag te voorzien of capaciteit te verschuiven via kustvaart of binnenvaart. Maar een perfect functionerende haven die omringd wordt door afgesloten wegen en uitgevallen elektriciteitsvoorzieningen is vergelijkbaar met een operationeel treinstation zonder bruikbare spoorverbindingen naar de buitenwereld. Havens kunnen systeemoverschrijdende verstoringen niet alleen oplossen. Wat ze wél bieden, is een praktijkomgeving waarin dergelijke uitdagingen zichtbaar worden: een omgeving waar veiligheid, continuïteit en economische schade gelijktijdig moeten worden beheerd, onder hoge tijdsdruk.
Dat is ook voor België een relevant perspectief. We hoeven niet zelf rechtstreeks met een natuurbrand te worden geconfronteerd om de gevolgen ervan te ondervinden. Verstoorde transportcorridors, vertraagde toeleveringsketens en de druk op gedeelde Europese middelen reiken veel verder dan de brandhaard zelf. De huidige natuurbranden vormen in feite een stresstest waar we allemaal deel van uitmaken. Waar zijn we afhankelijk van anderen? Wie neemt de leiding wanneer meerdere systemen gelijktijdig uitvallen? Hebben we die route daadwerkelijk geoefend, of hebben we ze alleen op papier uitgetekend?
Van de crisis van vandaag naar de kennis van morgen
Niemand wenst een crisis. Maar elke crisis levert waardevolle inzichten op voor de volgende — tenminste als die inzichten worden vastgelegd, gedeeld en vertaald naar de praktijk, in plaats van te verdwijnen in een evaluatierapport dat daarna nooit meer wordt geraadpleegd. Een van de duidelijkste bevindingen uit ons onderzoek is dat lessen uit eerdere gebeurtenissen wel degelijk worden herkend, maar zelden op een systematische manier worden gedocumenteerd: wat is er veranderd, waarom is dat veranderd en onder welke omstandigheden zou die verandering ook elders relevant blijven?
Dat is precies het model dat we binnen SAFARI proberen uit te bouwen via de Port Expert Council: een platform waar professionals uit het volledige havenecosysteem nieuwe richtlijnen kunnen toetsen aan hun operationele ervaring en van elkaars bijna-incidenten kunnen leren, in plaats van telkens opnieuw dezelfde tekortkomingen te ontdekken.
Europa heeft een uitzonderlijk sterk verbonden interne markt opgebouwd. Deze zomer herinnert ons eraan dat ook onze paraatheid en crisiscoördinatie even sterk met elkaar verbonden moeten zijn